Stille revolutie in pensioenland

Na jaren van discussiëren, studies en rapporten lijkt er een pensioenakkoord tussen sociale partners (werkgevers en werknemers) te zijn. De details zullen de komende tijd worden uitgewerkt. Echter, is er nog wel behoefte aan? Maken andere ontwikkelingen deze ‘hervorming’ niet inmiddels illusoir?

Commentaar

Het zal het grote publiek ontgaan zijn, maar er vindt een – op het oog- stille revolutie in pensioenland plaats. De deelnemer wil en zal steeds meer te zeggen hebben. Deze trend naar individualisering zien we op alle vlakken terug, ook op het gebied van de pensioenregelingen. In deze bijdrage bespreek ik enkele actuele ontwikkelingen.

Verantwoordingsorgaan

In de eerste plaats valt te noemen de rol van het zogenoemde verantwoordingsorgaan van een pensioenfonds. Een pensioenfonds bestaat zoals bekend in beginsel uit een bestuur, een raad van toezicht en een verantwoordingsorgaan. Deze laatste heeft de wettelijke taak de deelnemer te beschermen. Het verantwoordingsorgaan wordt steeds mondiger en stapt zelfs naar de rechter.
Het pikt het niet meer dat allerlei zaken worden geregeld waar de deelnemer weinig tot niets over te zeggen heeft. Helaas is meermaals gebleken dat het bestuur van een pensioenfonds niet altijd het belang van de werknemer – die verplicht bij een Bpf is aangesloten – dient. Jongere generaties worden benadeeld door met name de VPL-regeling, oudere generaties doordat de kostendekkende premie soms rond de 60% bedraagt.

Beschikbare premieregeling

In de tweede plaats is daar de verschuiving van de pensioenregeling: van zogeheten collectieve middelloon regelingen naar individuele beschikbare premieregelingen. Het onderscheidend kenmerk van beide regelingen is de mate van zeggenschap van de deelnemer. De deelnemer (die steeds meer een normale consument wordt, zie hieronder) kan bij een beschikbare premie regeling een stuk meer eigen inbreng hebben.

Een beschikbare premieregeling in zuivere vorm kent geen gegarandeerde uitkering: de bezittingen zijn de verplichtingen. Ingewikkelde rekenrente-discussies behoren tot het verleden. Het verklaart grotendeels het succes van de nieuwe pensioenspeler de premiepensioen instelling die uitsluitend beschikbare premieregelingen mag uitvoeren. De vraag is verder of de in theorie uitkeringsovereenkomst die een Bpf uitvoert, in feite geen beschikbare premieregeling is. Immers, bij deze regelingen liggen veel, zo niet alle risico’s van het ouderdomspensioen bij de deelnemers? Waarom noodzaakt het FTK dan om zware buffers aan te houden? Is dit wel conform de IORP II richtlijn? Hier loopt een rechtszaak over en in de volgende bijdrage zal ik hier nader op ingaan.

Europese ontwikkelingen

In de derde plaats zijn daar de Europese ontwikkelingen. Deze gaan in sneltreinvaart. Om de Kapitaalmarkt Unie te vervolmaken zijn er de afgelopen tijd  tientallen verordeningen en richtlijnen aangenomen die de pensioensector direct of indirect raken. Uiteraard valt te noemen de nieuwe EU privacy wetgeving. Financiële spelers – ook pensioenfondsen – moeten aan de eisen voldoen. Zo staat er een forse boete op datalekken, dat wil onder andere zeggen dat het lekken van persoonsgegevens zwaar wordt bestraft. Zo moet het Uniform Pensioen Overzicht (UPO) aan EU regelgeving voldoen en moet duidelijker gemaakt worden waar de risico’s liggen en wanneer en hoe een fonds mag korten. Voorts is aangenomen de  ‘new deal ‘ voor de consument:  een versteviging van  EU-consumentenrechten en handhaving. Dit is op zich al een kleine revolutie. Door de ‘new deal’  voor de consument kunnen consumenten groepsvorderingen indienen, en mogen nationale autoriteiten voor consumentenzaken strengere sancties opleggen. Consumenten zullen ook beter worden beschermd. Aan de Universiteit Utrecht start ik met enkele medewerkers een onderzoek naar EU consumentenbescherming en de verhouding tot de pensioendeelnemer.

Op welke wijze kunnen de problemen waar pensioendeelnemers tegenaan lopen worden ondervangen door het nieuwe EU consumentenrecht? Biedt dit een toetsingskader voor de problemen van de pensioendeelnemer? Wanneer is de pensioendeelnemer überhaupt een consument en wanneer en hoe kan deze de ‘new deal’ inroepen?

Een parallel overigens met de woekerpolis-affaire voor verzekeraars (waar contracten gewoon niet duidelijk waren) ligt bij pensioenfondsen op de loer.

Ook is daar het zogeheten EU pensioen product (PEPP) dat vorig jaar is aangenomen. Dat is Europese pensioenwetgeving die een individueel, makkelijk over te dragen pensioen mogelijk maakt. De werknemer – die steeds vaker van baan wisselt, in en buiten Nederland – maar ook de zelfstandige (de ZZP-er) snakt naar een eenvoudiger en simpeler pensioen. Die wil geen moeilijk gedoe meer met onbegrijpelijke pensioenregelingen en ingewikkelde kostbare waardeoverdrachten. Dat is geen Europees vrij verkeer van kapitaal bovendien, zoals gewaarborgd door het EU Verdrag. De financiële speler de een ‘PEPP-app’ weet te ontwikkelen, waar een individu makkelijk kan sparen voor de oude dag, is de winnaar van de toekomst,  voorspel ik.

Conclusie             

Al deze ontwikkelingen maken het pensioenakkoord i.o. nagenoeg illusoir. De deelnemer/consument kan direct EU-rechtsbescherming (zoals het EU-grondrechtenhandvest) inroepen als een bepaald UPO onduidelijk is of indien bijvoorbeeld zijn Europese eigendomsrecht wordt aangetast. EU recht is direct inroepbaar voor de nationale rechter. Het is- op het terrein van de consumentenbescherming – inmiddels  nagenoeg irrelevant wat de Nederlandse Pensioenwet zegt.

 


Naar het overzicht