Op valreep nog Circulaire België over oudedagsverplichting

Hoewel het al bijna twee jaar geleden was aangekondigd, was het toch een verrassing dat de Belgische autoriteiten onlangs nog met een Circulaire zijn gekomen over de oudedagsverplichting voor de in België wonende DGA die nog een pensioen in eigen beheer heeft in een BV die gevestigd is in Nederland.

 Commentaar

De Circulaire van 18 oktober 2019 vervangt de Circulaire 2017/C/87 betreffende pensioenen in eigen beheer van eind 2017. Hierin is destijds ingegaan op de wijze waarop de Belgische autoriteiten aankijken tegen de fiscale behandeling van het afkopen van het pensioen in eigen beheer in de onderhavige situatie. In de onlangs verschenen Circulaire wordt het standpunt over het afkopen van het pensioen in eigen beheer herhaald. Voor de exacte inhoud op dit punt verwijs ik naar de Circulaire zelf. Hierin is in de kern niets gewijzigd.

Het belang van de nieuwe Circulaire is voornamelijk gelegen in de visie van de Belgische autoriteiten op de oudedagsverplichting (ODV). Menig DGA die in België woonachtig is met een pensioen in eigen beheer in zijn Nederlandse BV heeft het nog niet aangedurfd om dit pensioen in eigen beheer om te zetten in een ODV, omdat de fiscale gevolgen onduidelijk waren. Dit is nu anders en de laatste maanden van dit jaar kunnen nog worden gebruikt om wellicht alsnog het pensioen in eigen beheer om te zetten in een ODV.

Omzetten in ODV

Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd is het door deze recente Circulaire duidelijk dat de omzetting van het pensioen in eigen beheer in een ODV geen belaste handeling is in België. Met andere woorden, als een DGA zijn pensioen in eigen beheer in zijn Nederlandse BV omzet in een ODV, zal de Belgische fiscus hier geen directe fiscale gevolgen aan verbinden. Wellicht ten overvloede, ook in Nederland gebeurt er fiscaal niets dan.

In de Circulaire wordt vervolgens uitgebreid ingegaan op de omzetting van de ODV in een lijfrente. Zoals bekend is dit mogelijk en kan een DGA de ODV op enig moment omzetten in een lijfrente bij een toegestane bank of verzekeraar. Zou een DGA hiervoor kiezen, is het belangrijk goed kennis te nemen van de visie van de Belgisch autoriteiten.

ODV omzetten in lijfrente

Volgens de Circulaire leidt een omzetting van een ODV in een lijfrente ertoe dat er een zogenoemde toekenning plaatsvindt in de fiscale betekenis van het woord. Volgens het Belgische Ministerie gaan er dan namelijk vennootschapsgelden naar het privévermogen van de DGA (namelijk naar een extern lijfrenteproduct dat de dga ten persoonlijke titel heeft gesloten), zodat de DGA dus werkelijk over die gelden heeft kunnen beschikken. Deze omzetting in een lijfrente is een beschikkingsmoment en leidt tot directe belastingheffing. Naar mijn mening valt hier wel het nodige op af te dingen, aangezien er voor de DGA niet veel wijzigt. Hij heeft eerst een aanspraak op de BV (ODV) en daarna een aanspraak op een verzekeraar/bank (lijfrente). Feitelijk verandert er niet veel, maar daar denkt men in België blijkbaar toch anders over. Duidelijk is dat er op het moment dat de ODV wordt omgezet in een lijfrente, belastingheffing in België plaatsvindt.

Voorts zal er in de toekomst ook nog belastingheffing plaatsvinden zodra de lijfrentetermijnen tot uitkering komen. Uiteraard is er sprake van een verdragssituatie dan. Art. 18 paragraaf 1 van het Verdrag is van toepassing. Deze wijst de heffingsbevoegdheid toe aan de bronstaat Nederland als de uitkering (samen met andere uitkeringen) meer is dan € 25.000. België zal dan voorkoming geven. Is het minder dan € 25.000 zal België over de lijfrente gaan heffen. De opbrengst van het afgestane kapitaal is voor een DGA dan roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 4°, Wet Inkomstenbelasting 92 (België). Het belastbare bedrag van die opbrengst wordt overeenkomstig beperkt tot 3 % van het afgestane kapitaal en is belastbaar tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 30 %, behoudens wanneer het stelsel van de volledige samentelling van de inkomsten voor de dga voordeliger is. Feitelijk betekent dit dus dat er alleen een fictief rendement wordt belast.

Dit geheel betekent wel dat als Nederland de heffingsbevoegdheid heeft, dubbele heffing dreigt. Er is al geheven bij de omzetting in de lijfrente (in België) en Nederland zullen waarschijnlijk de lijfrentetermijnen in de heffing worden betrokken.

Wanneer de ODV niet wordt omgezet in een extern lijfrenteproduct, moet de ODV vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd over 20 jaar in gelijkmatige delen worden uitgekeerd. Ook hier is sprake van een verdragssituatie. Zou België mogen heffen doen zij dat progressief.

Conclusie

Het is bijzonder prettig dat deze Circulaire toch nog verschenen is. Duidelijk is dat omzetting van het pensioen in eigen beheer in een ODV niet tot directe heffing leidt in België. Bij omzetting in een lijfrente is aandacht geboden. Het lijkt niet raadzaam om dit te doen in de meeste gevallen daar dubbele belastingheffing dreigt. De uitkeringen uit een ODV vallen onder het pensioenartikel van het belastingverdrag en volgt dus deze regelgeving. 

Vragen?
Heeft u na het lezen van dit artikel vragen? Vul onderstaand formulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.


Antwoordformulier


 

 

 

 

 


Naar het overzicht