NOVAK: Pensioen in eigen beheer uitfaseren: het kan nog tot eind 2019!

Premievrij laten staan, alsnog afkoop of omzetting in een ODV

Sinds 30 juni 2017 kunnen DGA’s geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt bestaande pensioenaanspraken gewoon laten staan en regulier afwikkelen. Wilt u uw opgebouwde pensioen echter afkopen, dan kan dat nog tot eind 2019, met een korting van 19,5% op het belastingtarief op de fiscale balansverplichting. U kunt er ook voor kiezen om het pensioen om te zetten in een Oudedagsverplichting (ODV), ook weer op de fiscale balansverplichting. Wat zijn precies de voordelen?

Waarom omzetting in een ODV?

Na omzetting in een ODV is er geen sprake meer van een dividendklem, die immers gebaseerd is op de commerciële waarde. Die gezien de huidige zeer lage marktrente wel 2 tot 3 maal de fiscale verplichting zal bedragen. Daarnaast hoeven er geen ingewikkelde pensioenberekeningen meer te worden gemaakt. Tevens kan de ODV in 20 jaar vanaf de AOW-datum worden afgewikkeld. Daarna is er geen voorziening meer.

De ODV-voorziening moet opgerent worden met de marktrente. Eventuele winst/rendement die behaald wordt met het ‘ODV-geld’ is daarboven dus gewoon belast voor de vennootschapsbelasting. Dit levert wel ‘vrij vermogen’ op dat normaliter als dividend kan worden uitgekeerd.

Vererving ODV

Middels goede estate planning kan bewerkstelligd worden dat de (resterende) ODV-uitkeringen terechtkomen bij de gewenste erven. Zelfs middels een zogenaamde tweetrapsvermaking, zodat ze niet bij bijvoorbeeld de kinderen van de 2e partner terechtkomen. Er is bij vererving nooit erfbelasting verschuldigd, de ontvanger betaalt uitsluitend loonbelasting.

Nadeel omzetting in een ODV

Het nadeel is uiteraard dát de ODV maar 20 jaar duurt en dus ook dat de ‘nabestaandenvoorziening’ 20 jaar na de AOW-datum van de DGA stopt. Dit valt echter ‘eenvoudig’ op te lossen met een losse risicoverzekering en/of andere voorzieningen. Goede financiële planning is na omzetting dan ook aanbevolen en een mooi adviesmoment.

Overdracht andere bv of bancaire lijfrente

De ODV mag altijd worden overgedragen naar een andere bv en tot 5 jaar na de AOW-leeftijd omgezet worden in een bancaire lijfrente. Het voordeel van een bancaire lijfrente is dat deze ook tijdelijk mag zijn (minimaal 5 jaar) én dat ook deze vererft na ingang. Dit kan dus gewoon door de fiscale voorziening over te dragen.

Uitfaseren positie (ex-)partner

Veel DGA’s willen niet uitfaseren gezien de positie van de ex-partner. Deze moet immers – net als de huidige partner – instemmen en zal compensatie willen voor zijn/haar voorwaardelijk recht op pensioen. Toch is het dan ook vaak een goede oplossing om alsnog het reeds verervende voorwaardelijke pensioen om te zetten in een eigen zelfstandig recht op een ODV. Ook weer onder te brengen in een eigen bv en/of afgestort als bancaire lijfrente. Partijen zijn immers dan definitief van elkaar af.

De hoogte van de ODV (en dus de compensatie ten opzichte van het huidige recht) is een kwestie van goed onderhandelen en zal mede moeten en mogen afhangen van de beschikbare middelen.

Als partijen het eens worden over de manier van uitfaseren en dus ‘compensatie’, zullen er normaliter geen – zeker niet snel door de fiscus aan te tonen – schenkingsaspecten zijn. Ook niet tussen niet-echtelieden, bijvoorbeeld vader-pensioengerechtigde en zoon-aandeelhouder.

Let wel

De belastingdienst heeft aangekondigd dat de pensioendossiers van alle DGA’s die niet uitfaseren kritisch beoordeeld worden. Ook in dat kader is het dus raadzaam om uitfaseren alsnog te overwegen, en zo niet in ieder geval te zorgen voor een perfect pensioendossier.


Naar het overzicht