Kortingen van de baan voor 2020, wetsvoorstel ‘lumpsum’ faalt

Inmiddels heeft Minister Koolmees de herstelperiode van 5 jaar respectievelijk 10 jaar, verlengd naar 6 en 12 jaar voor 2020. Ook is het wetsvoorstel inzake de lumpsum ter consulatie aangeboden. De lumpsum kan niet in de combinatie met een hoog/laag-pensioen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Commentaar: verlenging hersteltermijn naar 6 jaar

Minister Koolmees heeft de knoop doorgehakt en met een beroep op artikel 142 Pensioenwet de hersteltermijnen voor één jaar verlengd. Alleen als een pensioenfonds onder een dekkingsgraad van 90% zit eind 2019 dan moet er wél gekort worden. Dit wordt voor een aantal fondsen nog een probleem. Artikel 142 PW biedt de mogelijkheid om in ‘uitzonderlijke economische omstandigheden’ en als het een ‘groot aantal fondsen’ betreft de hersteltermijn te verlengen. De eerste vraag is of er op dit moment die omstandigheden zijn? Wij zijn van mening van niet. De economie floreert, bijna iedereen werkt, we hebben overschotten op de rijksbegroting en de beurzen zijn all time high? De marktrente is wel ongekend laag, maar die daling zien we al vanaf eind jaren ’80 aankomen? Ook betreft het niet een groot aantal fondsen. Integendeel, het gaat primair ’maar’ om 4 (ABP, Zorg & Welzijn en de twee metaalfondsen). Het betreft uiteraard wel 4 grote pensioenfondsen met gezamenlijk meer dan de helft van het pensioenvermogen, maar toch.

Verder is het goed te weten dat eind jaren negentig de hersteltermijn uitgaande van dekkingsgraad van 105% maar 13 weken was. Dat is eerst verlengd naar 2 jaar, tijdens de crisis in 2008/2010 naar 5 jaar en nu dus naar 6 jaar. De vraag kan dus zijn, waar eindigt dit. Daarom waren wij voorstander geweest van het ‘aanhaken’ bij ‘doorbeleggen’ en zodoende te kunnen voorsorteren op toekomstig rendement. Dat was realistischer geweest.

Toch zijn wij niet tegen ‘een’ maatregel om kortingen te voorkomen. Minister Koolmees heeft er dus goed aangedaan óm iets te doen, en dan vooral in combinatie met de eis dat het PensioenAkkoord nu voortvarend geïmplementeerd gaat worden.

Dan de wet ‘lumpsum van 10%’

Deze Wet (Bedrag ineens, RVU en verlofsparen) is ter consulatie aangeboden. Deze bevat direct al twee blunders. Allereerst mag de lumpsum níet in combinatie met een hoog/laag-pensioen. Dat is verbazingwekkend (niet de bedoeling en paternalistisch).

Als een werknemer kiest voor 5 jaar hoog en daarna laag (100:75), dan heeft hij na 5 jaar ongeveer 8% méér pensioen ontvangen dan bij een gelijkblijvend pensioen. Er komt dus nu maar 2% bij? Dat kan en mag niet de bedoeling zijn. En treft vooral ‘zware beroepers’, die immers substantieel korter leven dan hoog opgeleiden.

De lumpsum geldt ook voor lijfrente, netto-pensioen en pensioen in eigen beheer (van DGA’s, zie ook elders in de rubriek DGA). Prima, maar waarom dan niet ook voor de Oudedagsverplichting? Dit is toch de opvolger van pensioen in eigen beheer en past gewoon in het rijtje?

Conclusie

Al met al is kennis van ‘pensioen’ en van de maatschappelijke wens ver te zoeken bij de ambtenaren van Sociale Zaken. Dat geeft te denken voor de verdere uitwerking van het PensioenAkkoord. Daarnaast lijkt wel of zij bepalen welk paternalisme er moet gelden. Waarom een van de adviesgroepen (er zijn er toch heel wat) niet heeft ingegrepen begrijpen wij ook niet. En omdat in het wetsvoorstel staat dat er ook nog uitvoerders zijn waar überhaupt niet gekozen kan worden voor een hoog/laag-pensioen kan en moet dit tegelijk een wettelijk recht worden. Nergens is benoemd dat de lumpsum niet in combinatie kan met hoog/laag. Iemand moet dat dus ‘zomaar’ bedacht hebben? En nog erger, niemand heeft ‘hem’ tegengehouden.

mr. Theo Gommer MPLA CCFP
drs. David Wildemans MPLA CCFP

Heeft u vragen of wilt u hierover meer weten? Wij zijn telefonisch bereikbaar via 013 – 207 0052 of als u onderstaand formulier invult, reageren wij zo snel mogelijk.

Antwoordformulier

 


Naar het overzicht