Conclusies uit beleggingsonderzoeken DNB

DNB heeft de afgelopen 5 jaar circa 50 on site beleggingsonderzoeken uitgevoerd bij pensioenfondsen. In een sectorbrief (3 juli 2019) heeft zij de drie meest voorkomende bevindingen met de sector gedeeld. Onderstaand worden deze bevindingen nog eens onder de loep genomen. 

Commentaar

DNB voert on site beleggingsonderzoeken bij pensioenfondsen uit. Sinds 2014 betrof het zo’n 50 onderzoeken. Als u als pensioenfonds een keer onderwerp van een dergelijk onderzoek bent geweest, weet u dat dat zeer uitgebreide en van het fonds veel tijd vragende gebeurtenissen zijn. Het levert vrijwel altijd wel een aantal bevindingen op. Vaak is het zo dat dat het pensioenfonds verder helpt om nog eens een aantal zaken aan te scherpen. Maar het kan ook zijn dat een pensioenfonds (delen van) het beleggingsproces niet goed op orde heeft en dan moeten er echt zaken flink veranderen.

In de sectorbrief benoemt DNB haar drie belangrijkste bevindingen namelijk:

  • Het strategisch beleggingsbeleid is onvoldoende concreet uitgewerkt;
  • de rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn niet helder, en
  • het financieel risicomanagement is niet voldoende onafhankelijk ingericht en het risicomanagement en –beleid zijn niet goed uitgewerkt.

“Strategisch beleggingsbeleid”

Met betrekking tot de bevinding “strategisch beleggingsbeleid” zegt DNB onder meer dat als het beleggingsbeleid niet voldoende gedetailleerd is ingevuld er dan sprake is van overtreding van de prudent personregel. Een naar mijn mening opvallende opmerking in die zin dat als bij een fonds daarvan sprake is, hoe is het fonds dan omgegaan met alle opmerkingen van de certificerend actuaris. De certificerend actuaris moet toch jaarlijks een verklaring afgeven dat het fonds belegt in overeenstemming met de beginselen van de prudent person. Ervan uitgaande dat de certificeerder zijn werk naar behoren heeft gedaan, heeft dan het fondsbestuur stelselmatig de aanbevelingen en bevindingen van de actuaris naast zich neergelegd dan wel te langzaam opgepakt? Dat lijkt me een kwalijke zaak.

Governance  en countervailing

De tweede bevinding gaat meer over de governance  en countervailing power van bestuur ten opzichte van de beleggingscommissies en de daarin eventueel zitting hebbende (externe) experts. Met name het countervailing power aspect is interessant. Volgens mij kent dat drie aspecten waarvan er in ieder geval twee toevalligerwijs ook nog eens terugkomen in de geschiktheidseisen aan bestuurders en dus ook in de toetsing van DNB. De twee aspecten waarop getoetst wordt zijn deskundigheid en competenties.

Met het eisen van een minimaal niveau van deskundigheid wordt beoogd dat de bestuurder weet waarover het gaat en dus in staat tot oordelen is, met de juiste competenties wordt beoogd dat de bestuurder geacht wordt het gesprek aan te kunnen en zullen gaan. Het derde aspect is: hoe verlopen de processen binnen het bestuur, wat zijn de “boardroom dynamics”?   

Het voorgaande geeft nog eens aan hoe belangrijk het is om de normen van de Code Pensioenfondsen serieus toe te passen dat wil zeggen een jaarlijkse zelfevaluatie en dat liefst onder begeleiding van een externe deskundige. 

Financieel risicomanagement

De derde, blijkbaar dus veel voorkomende, bevinding is die van een niet voldoende onafhankelijk ingericht risicomanagement. Eigenlijk is hier, de sectorbrief goed lezende, sprake van een bevinding 3a) en 3b). Naast het niet voldoende onafhankelijk zijn, wordt namelijk ook geconstateerd dat het risicomanagementproces- en beleid niet goed zijn uitgewerkt.

Hopelijk en waarschijnlijk gaan hier alle maatregelen en werkzaamheden die voortvloeien uit IORP II en dan meer in concreto de inrichting van de sleutelfunctie  “Risicomanagement” een belangrijke bijdrage leveren om deze bevinding(en) uit de wereld te helpen. Voor veel fondsen is IORP II hopelijk een aanleiding geweest om hun risicomanagementproces nog eens goed tegen het licht te houden.

Een goede inrichting van de sleutelfunctie met vastlegging van taken en bevoegdheden in het charter zal dan toch een verdere bijdrage moeten leveren aan de onafhankelijkheid van de risicomanagementfunctie. Ook de in het kader van deze wetgeving geïntroduceerde “Eigen Risico beoordeling” moet er bij uitstek voor kunnen zorgen dat het door DNB hier gesignaleerde risico dat de risico’s die door het fonds bij de beleggingen worden gelopen niet in lijn zijn met de risicohouding van fonds, wordt voorkomen. 

Conclusie

De sectorbrief van DNB over on site beleggingsonderzoeken is zeer de moeite waard om te lezen. Fondsen die nog niet voor een dergelijk onderzoek geselecteerd zijn geweest, wordt geadviseerd  in vergaderingen van bestuur dan wel beleggings(advies)commissies de verschillende, in de brief verder uitgewerkte, bevindingen eens goed door te nemen en daaruit conclusies te trekken en eventueel acties te formuleren. Waarom wachten totdat DNB bij u langs komt?

Artikel uit PensioenAlert uitgave oktober 2019. Meer informatie of abonneren? Lees verder


Naar het overzicht